Op 25 april 1944 werden in Bedum honderden jonge mannen opgepakt
en door de bezetter weggevoerd. Velen van hen keerden nooit terug.

Vorige persoon (S. Heerema) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (G.J. Helder)

Naam: Jan Cornelis Heida
Geboren:Vrijdag 15 Juli 1921
Adres:Lutgerstraat 17
Woonplaats:Bedum
 
Jan Cornelis Heida
 
Opgepakt bij de Razzia in Winsum, Bedum, Middelstum, Zuidwolde en omstreken van 25 april 1944 in de Lutgerstraat 17, Bedum.
 
Tussen 25 april 1944 en 7 juli 1944 werden een aantal gegijzelden vrijgelaten
Jan Cornelis Heida is vrijgelaten:
 
Overleden: Woensdag 31 Augustus 1988
 
Persoonlijk verhaal:
 

Jan Heida kwam uit Den Haag en was ondergedoken bij familie in Leeuwarden. Daar kreeg hij verkering met de dochter van agent Van Oostrum die  in het verzet zat. Deze regelde een onderduikersplek voor hem in Bedum omdat het daar veel rustiger was. Als chemisch analist kon hij met een Ausweis in de zuivelfabriek werken. Helaas werd hij bij de represaille opgepakt. Ausweise golden toen niet. Hij moest naar Amersfoort en stond op de lijst voor werken in Duitsland.

Op 7 juli 1944 vertrekt er een transport naar het Arbeitsamt van Merseburg. Hoewel Heida stond ingedeeld om met dit transport te vertrekken, is dit niet gebeurd. De reden hiervoor is onbekend. Er zijn geen documenten gevonden waaruit blijkt dat hij ziek was. Op 11 augustus is hij uit het kamp ontslagen.

 

Zijn aanstaande schoonvader Van Oostrum was politie-agent en verzetsman. Waarschijnlijk heeft hij zijn verzetscontacten gebruikt om hem vrij te krijgen. “Er was toen al een stevige band tussen enkele verzetsorganisaties en de Schreibstube. Namen werden verwisseld, gegevens veranderd en personen uit de administratie verwijderd. Zo konden verschillende gevangenen worden  vrijgelaten.” (Zie:Frijtag Drabbe Kunzel: Kamp Amersfoort blz. 155)

 

Er zijn overeenkomsten met het verhaal van de Bedumer gevangene Hendrik Bzn Haan. Deze werd op de transportdag van 7 juli al vrijgelaten. Bij vrijlating werd hij opgewacht door een oud-Bedumer, die naar Amersfoort was verhuisd en in het verzet zat. Deze is met hem naar Bedum gereisd. ( Zie: Reinders: Aanslag en Represaille Bedum blz. 116).

Waarschijnlijk heeft de schoonvader van Heida op vergelijkbare wijze gehandeld. Hij heeft hem opgewacht buiten het kamp en is met hem naar Leeuwarden gereisd.

Hij is de rest van de oorlog ondergedoken geweest in het huis van zijn a.s. schoonvader. In 1947 is hij getrouwd met Pietje van Oostrum. Ze hadden geen kinderen en geen broers en zussen. Heida is in 1988 overleden. Hij heeft de rest van zijn leven in Leeuwarden gewoond en gewerkt. Zijn hele leven heeft hij last van zijn benen gehouden door de slechte behandeling in kamp Amersfoort.

Mijn moeder was al voor de oorlog bevriend met Pietje van Oostrum en is dit ook na de oorlog gebleven. Daardoor ken ik dit verhaal.

Tiny de Jong


Vorige persoon (S. Heerema) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (G.J. Helder)