Gerard van Olm is samen met Gerrit Klifford en anderen, in totaal 28 jongens, op 12 april 1945 uit Peres vertrokken op een vrachtwagen met open laadbak en daarachter een open platte aanhangwagen. 8 van de 28 jongens zijn in Mügeln overleden. Joop is overleden aan Lungentuberkulose (Longtuberculose). Hij is begraven op het Johannisfriedhof te Mügeln, Neuerteil Abteilung B Reie 19 Grabnummer 1. Herman van Straaten vertelde dat ze op 12 april 1945 met een vrachtwagen met aanhangwagen zijn vertrokken rond 15:30 uur van het kamp Alpenrose in Peres op zoek naar een ziekenhuis. De hele nacht hadden ze gereden. De lucht werd verlicht door de beschietingen. Om 03:30 uur kwamen ze aan in Mügeln. Uit: Aanslag en Represaille van Harm Reinders, blz. 237. Gerard van Olm bevond zich in de ziekenbarak in kamp Alpenrose in Peres. Hij was één van de 28 jongens die op een open vrachtwagen naar Mügeln getransporteerd werden. Van Olm vertelt verder: We hoorden al schieten, op een open aanhangwagen achter een auto met een gasgenerator vertrokken we. Het liep tegen de avond, ’t was nog licht. De hele nacht werd doorgereden, een spookachtige nacht en de lucht vol met lichtkogels. Eerst gingen we naar Würzen naar het ziekenhuis maar daar was het vol, toen naar Oschatz maar ook daar alles vol. Verder gereden naar Mügeln waar we in de König Albert Stiftung terecht kwamen. Het lag er heel mooi met een prachtige tuin. ’s Morgens gingen we in het bad, vijf man na elkaar in hetzelfde water. Ik wou eerst niet in dat vuile water maar het moest. We waren keurig ondergebracht in houten barakken in de tuin, sliepen op bedden met lakens. Gedurende een dag of tien waren de Duitsers er nog de baas. Henk de Jong, de Sanitäter, was ook bij ons. Toen het bericht kwam dat de Russen kwamen ging ieder zijn horloge verstoppen, de verpleegsters waren bang voor verkrachting. Er lagen ook Russische patiënten bij ons. Wij hebben nooit last van de Russen gehad, we kregen eten van hen, stukken spek en zo. In Mügeln is Gerrit Klifford overleden, het staat voor mij vast dat hij op het transport vanuit Peres op die open wagen kapot is gegaan. Van Mügeln uit hebben we nog dertien kilometer gelopen naar Wermsdorf, de Duitsers waren zo lief, we kregen kookpotten vol met soep. De 8 overledenen in Mügeln zijn: Op 14 april 1945 Pieter de Bie uit Velsen-Noord, aan Durchfall und Herzschwäche. Op 15 april 1945 Klaas Seinen uit Dalfsen aan Herzschwäche. Op 15 april 1945 Wim Coldenhof uit Apeldoorn aan Pneumonie. Op 16 april 1945 Gerrit Klifford uit Bedum aan Lungentuberkulose Op 18 april 1945 Jan Gildemeester uit Deventer aan Lungentuberkulose Op 19 april 1945 Floris Golverdingen uit Hardinxveld aan Lungentuberkulose Op 28 mei 1945 Joop Casander uit Beverwijk aan Lungentuberkulose Op 6 juni 1945 Jacques Duivesteijn uit Den Haag aan Lungentuberkulose. De 2 overledenen in Coswig zijn: Op 5 juli 1945 Cornelis Ippel uit De Werken/Werkendam naar Sanatorium Dresden Op 1 oktober 1945 Johan Ruis uit Rotterdam naar Sanatorium in Dresden. Op de vrachtwagen werden 28 jongens vervoerd. Naast de 8 overledenen in Mügeln en de 2 overledenen in Coswig, herinnert Herman van Straaten zich nog 7 namen: Henk de Jong uit Sliedrecht Sanitäter , thuisgekomen op 19 juli 1945. Jan ten Hoven hulp Sanitäter. Herman van Straaten uit Haarlem thuisgekomen op 19 juli 1945. Cornelis (Chris) Meere uit Utrecht, thuisgekomen op 19 juli 1945. Jacob Schol uit Santpoort thuisgekomen op 19 juli 1945. Bart van der Kreeft uit Sliedrecht, thuisgekomen op 19 juli 1945. Gerard van Olm uit Bedum. |