Op 25 april 1944 werden in Bedum honderden jonge mannen opgepakt
en door de bezetter weggevoerd. Velen van hen keerden nooit terug.

Vorige persoon (H. Doesburg) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (E. Ekema)

Naam: Pieter Doornbos
Voornamen:Pieter Jan
Geboren:Maandag 1 Februari 1926 te Bedum
Adres:Grootestraat 16
Woonplaats:Bedum
 
Anmeldung Lippendorf 34 Pieter Jan Doornbos Paspoort Pieter Doornbos
 
Opgepakt bij de Razzia in Winsum, Bedum, Middelstum, Zuidwolde en omstreken van 25 april 1944 in de Grootestraat 16, Bedum.
 
Op dinsdag 26 april 1944 per trein afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
In het PDA werden alle persoonsgegevens genoteerd waaronder het beroep van de gevangene.
Beroep:Backer
Gevangenenr:1020
 
Tussen 25 april 1944 en 7 juli 1944 werden een aantal gegijzelden vrijgelaten
Pieter Doornbos is NIET vrijgelaten
 
Op 7 juli 1944 's-morgens om 02:30 uur werden de gevangenen afgemarcheerd naar het station in Amersfoort om per trein naar Duitsland vervoerd te worden.
 
Kampen in duitsland:
Plaats, kamp: Schkopau, Schkopau
Plaats, kamp: Lippendorf, De Kippe
Plaats, kamp: Peres, Alpenrose
 
Werkplekken in duitsland:
Plaats, plek: Böhlen / Lippendorf, BRABAG en de A.S.W.
 
Persoonlijk verhaal:
 

Enkele verhalen uit de briefen die Piet Doornbos naar zijn familie schreef.

8-8-1944. Uw brief heb ik in gezondheid ontvangen. Ik zit nog steeds in een kamp gevangen tussen prikkeldraad. We werken hier op een fabriek die hier ongeveer 3km vandaan ligt. Dat is dus 's morgens en 's avonds 3km lopen. 't is gelukkig dat we onze eigen schoenen niet aan hebben. We hebben elk een paar houtschoenen en een werkpak gekregen.

4-9-1944. Nu vadaag hebben we onze tweede vrije zondag in lippendorf. Het bevalt toch wel hoor een keer vrij te zijn. Het werk wat we doen is allemaal spoorwerk. Ouwe kapotte rails weg ruimen, en nieuwe aanbrengen.

Peres 1-11-1944

Ik heb in die tussentijd al weer heel wat beleefd. Er zijn droeve dingen gebeurd. Ook drie van onze Groninger kameraden zijn heengegaan waaronder 1 Bedumer nl. Jan Korthuis en 2 Middelstumers nl. Klaas Pot en Nico Dijkema. Ze zijn hier in Borna teraarde besteld. Vreselijk voor die ouders. Ik ben zelf ook ziek geweest en heb ook in ’t ziekenhuis gelegen.

Longontsteking. ‘k Ben gelukkig weer geheel hersteld. Gode zij dank. Zulke sterfgevallen grijpen je wel aan hoor!

Zo jong nog en dan te moeten sterven in een vreemd land. Ik heb een hele goeie behandeling gehad daar in ’t ziekenhuis. ‘k Heb er een maand gelegen van 20 Sept. – 20 Oct.

Toen heb ik tot 1 Nov.  in de ziekenbarak hier gelegen om wat aan te sterken. Maandag a.s. moet ik weer naar de fabriek. Ik voel me weer helemaal beter. ‘k Heb nooit geen last van asthma gehad. Denk nu niet dat ik dat schrijf om jullie gerust te stellen, het is werkelijk zo.

Moeder, maak U alstublieft niet ongerust. Naar ik gehoord heb hebben jullie ook weer grote visite in Bedum niet? Bij ons thuis ook? Bevalt het wat of zijn ze erg lastig? Enfin, het duurt hopelijk niet lang meer dat we elkaar weer zien, maar ik reken er niet meer op voor de Kerstdagen. ’t Zal wel volgend jaar worden. De tijd vliegt toch om.

We zijn nu in heel wat betere omstandigheden gekomen. We slapen nu in barakken met een kachel en water en licht. Een gedeelte van ons is vrij gekomen al.

Boven deze brief staat Peres; daar zijn we heen verhuisd. Een dorpje even verder van de fabriek af als Lippendorf.

We zitten op ’t ogenblik met 3 man te schrijven en de tafel is bedekt met brieven en kaarten. We liggen hier in een bos in gezellige barakken. Echt een heel jongenskamp. Nu, kamperen hoeven ze me niet meer te leren hoor! Dat kan ik wel. ’t Is hier een echt kampleven. Net zoiets als de Arbeidsdienst. Op deze kamer slapen 18 man. Trui vroeg of ik eens wou schrijven welke Bedumers hier al waren. Maar dat durf ik niet meer te zeggen. U kunt er echter wel zeker van zijn dat die jongens wiens achternaam begint met de letters R t/m Z hier niet zijn. Die zitten in Brunswijk, Halle en weet ik in welke andere plaatsen al. Hilbrand Burema is in Halle gebleven. ‘k Heb nooit weer iets van hem gehoord. Groot dito. Cor Hofman zit hier. Ook Anton Lergner, Hendrik Haan, Gerard v. Olm, Gerrit Clifford , Berend Boer, Hilbrand Groenewold, Jacob Kerkhof, Piet Postmus, Louis de Blecourt en zijn naamgenoot, Gerrit Harkema en nog een paar meer. Precies weet ik het niet. Piet Mendelts zit hier ook. Met een ander transport meegekomen.

Ik schei d’r eerst maar weer eens mee uit, tot een volgende keer.

 

Piet

12 april     ’s Avonds 6 u. pantseralarm.

Vele jongens vertrekken naar ‘t Westen. Wij nog niet. ’s Avonds later moesten 100 man vertrekken. Zijn echter niet gegaan. Rustige nacht. In de kleren slapen. Ongeveer 4 u. komt Polizei in ’t Lager. Allen opstaan. Alles klaar maken en vertrekken naar Bohlen om dan verder getransporteerd te worden. Maar dat zal niet gebeuren.

Helder, Bos en ik vertrekken richting Russen. We lopen ongeveer een uur. Rusten uit in een stromijt. Weer verder tot ongeveer de weg Zwentrau – Neurenberg.

Schieten als een gek en wij weer terug. Langs de weg lag een dode Fransoos met 2 koffers. Vreselijk gezicht. Onze eerste kennismaking met het front. Er lag nog een hele uitrusting van een Duitse soldaat. Een paar beste kistjes waren voor ons. Jammer dat ze nog te klein waren.

Verder zijn we naar Piegel gegaan. Op het riddergoed daar was uitdeling van levensmiddelen aan de civiele bevolking. Boter, brood, meel, suiker enz. enz.  Toen dat afgelopen was, kregen wij een 3 ponds brood. Erg verschimmeld maar dat mocht hem niet hinderen – ’t smaakte lekker. Van een Russin kregen we net zo’n brood + een zakje boter. In de loop van de morgen vertelde ons de chef van het Riddergoed dat we nog naar Bohlen moesten om verder naar Holland te kunnen. Helder, die zijn nieuwsgierigheid niet kon bedwingen wilde es in Peres gaan kijken.

We besluiten dat Helder en ik es gaan kijken en Bos op de spullen zou passen. We vertrekken, maar zijn nog niet buiten Piegel of we worden opgepikt door een Volkssturmer en met nog 8 andere Hollanders worden we naar Peres gebracht. Eerst echter lopen wij beide weg om Bos te halen met de spullen.

Intussen zoeken ze het Riddergoed af om ons maar vinden ons niet. Een andere Hollander die daar werkte wordt er de dupe van. Jammer voor die vent. Nadat wij een halve emmer opgebakken aardappelen van een Russin hadden opgegeten besluiten wij om hen toch maar te volgen. Bij het Gasthof Peres worden we er met de dood gedreigd maar zoals altijd “veel geschreeuw maar weinig wol”. In Peres is ook niks te halen. Dus besluiten we om maar naar Gaulis te gaan en bij boeren onderdak te krijgen. De Lagerfuhrer die we tegen kwamen riep ons toe: ga naar Rotha, daar is verpleging. Achter de fabriek worden we door een actief mannetje eingesperrt, geslagen en gedreigd. Hij zal ons naar Bohlen naar de Polizei brengen. Daar hij echter geen raad met ons weet, laat hij ons maar weer los en wij trekken naar Rotha.

Bij de Belgen hebben we toen ’s nachts geslapen. Bos kreeg ’s avonds nog zijn toeslag voor zware arbeid: 1 kilo brood + 50 gram boter. Dat hebben wij de volgende dag gehaald.

Een heerlijke nachtrust volgde op deze avontuurlijke dag.

 


Vorige persoon (H. Doesburg) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (E. Ekema)