Op 25 april 1944 werden in Bedum honderden jonge mannen opgepakt
en door de bezetter weggevoerd. Velen van hen keerden nooit terug.

Vorige persoon (B. Boss) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (R. Bouwman)

Naam: Enno Bouwman
Geboren: te Winsum
Adres:Stationsweg 8
Woonplaats:Winsum
 
Anmeldung Lippendorf 33 Enno Bouwman. Foto gemaakt op de a.s.w. Böhlen Etensbon van Enno Bouwman van het kamp Peres Werkausweis van Enno Bouwman a.s.w. Böhlen
 
Opgepakt bij de Razzia in Winsum, Bedum, Middelstum, Zuidwolde en omstreken van 25 april 1944 in de Stationsweg 8, Winsum.
 
Op dinsdag 26 april 1944 per trein afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
In het PDA werden alle persoonsgegevens genoteerd waaronder het beroep van de gevangene.
Beroep:Hilfsarb.
Gevangenenr:1041
 
Tussen 25 april 1944 en 7 juli 1944 werden een aantal gegijzelden vrijgelaten
Enno Bouwman is NIET vrijgelaten
 
Op 7 juli 1944 's-morgens om 02:30 uur werden de gevangenen afgemarcheerd naar het station in Amersfoort om per trein naar Duitsland vervoerd te worden.
 
Kampen in duitsland:
Plaats, kamp: Schkopau, Schkopau
Plaats, kamp: Lippendorf, De Kippe
Plaats, kamp: Peres, Alpenrose
 
Werkplekken in duitsland:
Plaats, plek: Böhlen / Lippendorf, BRABAG en de A.S.W.
 
Persoonlijk verhaal:
 

Volgens  een  door  mij onder  dwang getekend stuk in het PDAkamp te Amersfoort ben ik op 6 juli

’44,als nr 1041,op transport gesteld  naar Duitsland.  Het vertrek ,midden in de nacht,was bijzonder onaangenaam. We werden  naar het station Amersfoort gebracht,rondom met zwaar bewapende  SS-ers  en achter de commandant per auto met felle koplampen aan. Veel bagage bleef onderweg achter omdat het te zwaar bleek.Het werd niet nagezonden alhoewel toegezegd. Er bleek een personentrein voor ons klaar te staan. Met SSmilitairen als begeleiders kwamen we binnen een etmaal aan op de voorlopige plaats van bestemming Schkopau. Daar hield een welbespraakte SSman voor ons een gloedvolle afscheidsspeech   Hij wenste ons veel geluk als vrij arbeider in het Groot Germaanse Rijk.                                                                                                                    

Ik reisde met een deel door naar Lippendorf bij Böhlen voor  een kamp in aanbouw  op  de Kippe,

een  heuvel bij de bruinkolenfabriek A.S.W.(Aktien Gesellschaft Sächsische Werke)waar onder meer

uit bruinkool synthetische benzine en electrische stroom werd gemaakt.Het kamp in aanbouw werd

voorzien van prikkeldraad en bestond uit ronde hardboard hutten,waar op de grond in stro met één

deken moest worden geslapen.Het  prikkeldraad maakte duidelijk dat we geen vrij arbeider werden,

doch zogenaamde Arbeits Erziehungs Häftlinge om te werken bij de ASW.Achter op de jas stonden

grote gele letters AEH. Het kamp op de Kippe was slecht en verstoken van elk sanitair. Drinkwater

moest worden aangevoerd.Er was enkel één kraan met fabriekswater om te wassen.Toiletten waren

in de grond gegraven veldlatrines ,dat wil zeggen gaten met zitstokken erboven.

Het eten was wisselend,maar altijd te weinig.Eens per dag ’s avonds na het werk soep of Pellkartof-

feln met  een stuk brood en enig schaars beleg.We aten als regel alles achter elkaar op en gingen slapen om de volgende morgen voor dag en dauw  met lege maag en ongewassen  in colonne  naar de fabriek te gaan.

Al gauw kwamen er zieken  en zelfs meerdere sterfgevallen. Eind 1944 kwam er betere huisves-

ting.We verhuisden naar  een nieuw kamp te Peres.Tevens werden we zgn vrij arbeider,zodat de

grote gele letters op de rug kwamen te  vervallen

Op de fabriek werkte ik in die tijd als Hilfsarbeiter aan het uitgebreide fabrieksspoor voor  onderhouds – en andere  werkzaamheden als laden en lossen  van spoorwagens.Geregeld kwam er luchtalarm,al dan niet gevolgd door bommen.In maart 1945 kwam er ’s nachts een zwaar bombardement. De fabriek lag  vrijwel geheel in puin.

Tot een ieders opluchting kwamen de Amerikanen,onze bevrijders,steeds dichterbij.Kort voor hun komst probeerden de Duitsers  alle buitenlanders weg te voeren o.a.naar Rötha. Ik heb me daaraan kunnen onttrekken door onder te duiken met velen in het bos bij Peres.

Het was ongeveer half april dat de Amerikanen ons kwamen bevrijden.Uiteraard wilde een ieder zo snel mogelijk naar huis.Met alles wat kon rijden werd geprobeerd  weg te komen.Teneinde te voor-

komen dat de wegen  verstopt zouden raken werd door de Duitse politie ,nu in dienst van de Ameri-

kanen,alles van de weg geplukt . De inzittenden van de voertuigen werden naar lege kazernes gestuurd met de bedoeling om in groepen te worden gerepatrieerd.Met drie collega’s was ik te voet op stap gegaan.Na enkele tussenstops kwamen we in  een kazerne in   Weissenfels terecht. Daar hadden vrij geworden Russen hun intrek genomen in het Polizeipräsidium.Ze kookten overvloedige  voorraden soep van uitstekende kwaliteit .Ze deelden er royaal van uit aan liefhebbers.

We kregen vaak een portie .Op het pleintje voor hun onderkomen reden ze rondjes   op gestolen

fietsen.Beide armen waren  rijkelijk voorzien van  meerdere ,eveneens gestolen, polshorloges en  armbanden,soms twee,drie of meer .Zij  waren erg vriendelijk  voor ons.

We hadden ons aangemeld om te worden gerepatrieerd. Met legerauto’s brachten  de Amerikanen

ons naar Leipzig in een grote kazerne. Al spoedig bleek dat de Russen Leipzig zouden gaan bezetten.

Als bewoners van West –Europa gingen wij met voorrang naar het westen.Met een lange goederen-

trein,voorzien van grote voedselpakketten van het Amerikaanse leger, gingen we op reis richting

Nederland.Het spoorwegnet was door de oorlog nogal gehavend.Grote stations werden met veel  

tijdverlies gepasseerd. Nieuwe voedselpakketten kwamen er  niet.We moesten ons maar zien te redden.Als de trein lang moest wachten gingen we er opuit op zoek naar voedsel.Kon de trein verder

dan werd er meerdere keren langdurig gefloten  zodat de passagiers gelegenheid hadden weer in te

stappen. Te langen leste,na vijf dagen,werd Blerick  in Limburg bereikt en vervolgens Venlo.Daar

werden we opgevangen en moesten  uitleg geven hoe we in  Duitsland waren gekomen. Ook werden

we oppervlakkig medisch gekeurd en kregen toestemming om naar huis te reizen.

Een ex-Duits militair bleek meegelift te zijn.Hij werd gearresteerd. Nog op de dag van aankomst

reisden we per trein via Eindhoven naar Nijmegen.Een dag later ging het met een legerauto naar

de pont bij Katerveer  (Zwolle) Daar werd de laatste hand gelegd aan de noodbrug  ter vervanging

van de door de Duitsers vernielde brug.Met een  groep Groningers gingen  we  liftende verder.

Boven op een auto met zakken zout kwam ik met drie plaatsgenoten in Aduard terecht.Hier kregen

we een taxi ,rijdende op houtgas,die ons naar Winsum,onze woonplaats bracht.  


Vorige persoon (B. Boss) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (R. Bouwman)